Geschiedenis van de Gentse Dolfijnen

Jaren '60 | Jaren '70 | Jaren '80 | Jaren '90 | Vandaag

Jaren '60

 

De duikschool Dolfijnen zag het levenslicht in februari 1962 toen drie Gentse duikers, die van elkaars bestaan niet wisten, dank zij tussenkomst van René Crepin, de latere peetvader van de Belgische duikfederatie BEFOS, met elkaar kennis maakten. John De Coster, Antoine De Deene en Gilbert Hubene hadden elk op zichzelf leren duiken vanaf de jaren 50’ in het Mare Nostrum (de Middellandse Zee). Zij hadden een gemeenschappelijk doel, met andere vrienden in het Gentse trainen zodat ze niet meer verplicht waren zich te verplaatsen naar ofwel Antwerpen (duikclub Frogman) ofwel Brussel (duikclub CAS). Door tussenkomst van Gerard Blitz, eigenaar-stichter van “Club Med” in Antwerpen, verkregen ze de namen van andere Gentse vakantieduikers: Marc van de Pitte, Georges van de Woestijne, Remi Monsieur, Roger Maes, Ghislaine Verbeke, Paul Van Wersch en Gaston Haller. Een eerste rondetafelontmoeting werd belegd in de zaal Constructa waarop ze afspraken maakten om gezamelijk te trainen en de duiksport te promoten in Gent in het pas geopende zwembad “Rooigem“. Gilbert Hubene stelde op dat ogenblik een naam voor om hun groep te identificeren: De Dolfijnen. Er kwam een tweede stichtingsvergadering in de “Cercle Artistique et Litéraire” aan de Recolettenlei waarbij de beheerders werden verkozen: John De Coster, Gilbert Hubene, Roger Maes en Ghislaine Verbeke, Paul Van Wersch, Remi Monsieur, Van de Woestijne Georges, Marc Van de Pitte en Gaston Haller. Aldus werden de Dolfijnen als 8° club officieel geregistreerd bij de BEFOS (Stichtend lid van de wereldfederatie CMAS in 1958 te Parijs). Hetgeen opvalt is dat er geen functies waren toebedeeld. Van voorzitter, duikschoolverantwoordelijke of specifieke bestuurstaak was geen sprake, wel waren er een aantal “anciens” die de neofieten duiklessen gaven gecoördineerd door John De Coster en Antoine De Deene. Daar Antoine zijn doelstelling, om de grootste duikschool van Vlaanderen te betrachten, niet kon verwezenlijken, want de andere beheerders streefden eerder naar een vriendenclub met geselecteerde leden, ontstond bij hem tijdens de zomervakantie van 1962 het idee een aparte duikschool op te richten. Eénmaal terug in België, tijdens een stichtingsvergadering in hotel Terminus, de maand september van hetzelfde jaar, zag diepzeeduikclub Manta het levenslicht. Tijdens de buitengewone Algemene Vergadering van november 1962 werd Gilbert Hubene verkozen tot voorzitter en werd de officiéle naam van de club “Gentse Dolfijnen“.

Vanaf maart 1963 kende de GD zijn eerste duikschoolleider: Tony Haller. De jaren tot en met 1965 kenmerkten zich vooral door structurele en organisatorische feiten. De duikschool werd in een goede vorm gegoten, elk bestuurslid kreeg een taak toebedeeld en men onderwees met experimenteel materieel en zelfkennis. Het probleem eigen clubhuis werd opgelost en Willy Bontinck zorgde voor een compressor. Dank zij financiële inbreng van de leden kon men duikflessen en ontspanners aankopen bij William Xhignesse in Brussel (Spiro 12 liter lang en Mistral school-ontspanners). In het bestuur kwamen bij: Edgard Steenbrugge, Carl Verstraeten en Roger De Swaef. Eind 1965 noteerden de GD 58 clubleden.

De jaren 1966 tot en met 1970 kenmerken zich vooral door de verdere opbouw van een sterke structuur, de bescherming van de gevestigde waarden en een uitstraling naar buiten, het ledenaantal groeide constant aan tot 90 leden. Vriendschap en gezellig samen zijn kwam op de eerste plaats, het monitoriaat daarna, want men stelde al vlug vast dat bij verschillende duikclubs interne ruzies heersten met afscheuringen tot gevolg en dit vooral te wijten aan onenigheid tussen instructeurs in dezelfde club (Noël De Keyzer en François Blom scheurden zich af van de Manta en stichtten respectievelijk de Sepia en de Kreeft). Het was ook de periode waarin men de eerste clubduiken naar het buitenland organiseerden, zoals Le Dramont (Frankrijk) en Elba (Italië). De duikuitstappen naar de steengroeven werden tijdens de zomermaanden vervangen door duiktuitstappen naar Zeeland. De GD steunden het tot stand komen van Barracuda (Brugge) en K.D.K (Kortrijk). In 1966 hielpen zij tevens mee met de oprichting “Diepzeeduikers Sportkring Rijkswacht Gent“ onder leiding van luitenant Lucien Praet en kwamen zij tussen bij verschillende reddingsoperaties van de Gentse Brandweer, daar deze laatsten over geen eigen duikersteam beschikten. Ondertussen werd Jacques Blanpain duikschoolverantwoordelijke die na een tweetal jaren zijn taak overhandigde aan federaal monitor Etienne De Waele en deze op zijn beurt in 1969 aan federaal monitor Robert Brackenier die overkwam van CAS Brussel en in Gent de eerste duikshop opende: Flipper. In het bestuur werden Antoine Moerman en Walter Scheurweg verkozen tot beheerder.

Jaren '60 | Jaren '70 | Jaren '80 | Jaren '90 | Vandaag