Jaren '60 | Jaren '70 | Jaren '80 | Jaren '90 | Vandaag
De derde periode van de GD (1970 tot en met 1980) kenmerkte zich vooral door een aanpassing van haar bestaansfilosofie, te danken aan de vele jongeren die lid werden, een constante aangroei en een impact op de regio en de federatie. Een paar opmerkelijke figuren komen de rangen van de GD vervoegen die zich tijdens de derde periode opwerkten tot beheerders en een drastische ommezwaai teweeg brachten in de clubpolitiek: Dirk De Smet, de latere penningmeester. Denise en Urbain Van Paemel, die later opeenvolgend secretaris zullen worden. Roland Vispoel, de latere nationale monitor en voorzitter van het NELOS Veiligheidscomité. Rudi en Cecile Schollaert, Georges Van Oost, Geert Verdonck, Guy Holderbeke en Noel Mortier. Ook Paul Vander Eecken en zijn vrouw Caroline werden lid van de club. Hij zal later één van de verantwoordelijken worden in de medische commissie Nelos.
In 1974 stichtte men, met de hulp van de GD, in Eke een duikclub in het privé-zwembad “De Flipper“ met als voorzitter Eric Verleyen. De opleiding werd gegeven door Rudi Schollaert en Cecile Boone. Na het faillisement van het zwembad verhuisde deze club naar St.Martens-Latem en werd er een nieuwe voorzitter gekozen: Raf Van der Steene. Hij zal later (begin '90) de GD zal vervoegen. Later werd deze club omgedoopt tot De Koraalduivels. Ondertussen werden Iris Senechal en Frank Mareen lid van de GD. Zij zullen later aan de basis liggen van de oprichting van de Gentse Universitaire Duikclub.
In 1978 gaf Robert Brackenier zijn ontslag als duikschoolleider en werd Rudi Schollaert, nieuwbakken éénster-instructeur, zijn opvolger. Robert werd lid van de Koraalduivels omdat ze een instructeur nodig hadden om te blijven bestaan als duikschool.
In 1979 vervoegden Piet Bert en Roland Vispoel het bestuur. Daar de GD hun clubhuis moesten verlaten in de Fiévéstraat te Gent, gaan ze op zoek naar een andere locatie. Ze verkregen het pand van weduwe Boulaert, gelegen Pol de Vischstraat te Ledeberg. Gedurende 4 maand werd onder leiding van Willy Bontinck en Jules Boone (vader van Cecile Boone) aan het nieuwe clubhuis gewerkt. De eerste uitbaters werden Rosette en Robert Lucas, die het clubhuis tot 1992 runden met een folkloristische noot.